Het programma Handhaving en Gedrag financiert iedere twee jaar vier onderzoeken die bijdragen aan een beter begrip van naleving binnen toezicht en handhaving. In de komende nieuwsbrieven lichten we steeds één van deze onderzoeken toe. Dit keer staat het onderzoek ‘Kiezen of delen’ centraal. In dit onderzoek is gekeken onder welke condities burgers bereid zijn om informatie te delen met toezichthouders. Het onderzoek is uitgevoerd door Koen Migchelbrink, Sandra van Thiel, Robin Bouwman en Britt Veldhuis.
Wanneer delen burgers informatie?
De centrale vraag van het onderzoek luidde: Onder welke condities zijn burgers bereid om informatie met toezichthouders te delen? Om deze vraag te beantwoorden, zijn drie deelstudies uitgevoerd:
-
een systematische literatuurstudie;
-
interviews met uitvoerders en toezichthouders;
-
een grootschalig vignettenexperiment onder een representatieve groep burgers.
Elke deelstudie bracht in kaart welke factoren van invloed zijn op de bereidheid om informatie te delen.
Koen Migchelbrink: ‘Toezicht is in grote mate afhankelijk van de vrijwillige regelnaleving en medewerking van ondertoezichtstaanden, maar we weten eigenlijk maar weinig over hoe en wanneer burgers, bedrijven, en anderen informatie willen en kunnen delen. Dit wilden we onderzoeken’.
Belangrijkste resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat meldingsbereidheid vooral wordt gedreven door direct eigenbelang. Ernst of bredere maatschappelijke overwegingen spelen een minder grote rol. Pro-sociale motivatie blijkt slechts beperkt van invloed. Daarnaast kunnen vertrouwen in de toezichthouder en goede terugkoppeling de meldingsbereidheid vergroten, vooral wanneer het eigenbelang minder duidelijk is. De ervaren meldingslast heeft eveneens invloed. Wanneer procedures onduidelijk zijn of de motivatie al laag is, verlaagt dit de bereidheid om te melden. Het onderzoek laat bovendien zien dat meldingsgedrag sterk afhankelijk is van de context en de specifieke situatie. Er zijn geen vaste ‘melddrempels’: wat voor de één zwaarwegend is, kan voor een ander minder belangrijk zijn. Wel is er een duidelijke rode draad: melders willen gehoord worden, willen dat er iets met hun informatie gebeurt en willen niet worden benadeeld door hun openheid.
Aanbevelingen voor de praktijk
Toezichthouders kunnen de meldingsbereidheid vergroten door in hun communicatie en procedureontwerp expliciet aandacht te besteden aan vertrouwen, terugkoppeling en het beperken van meldingslast. Aan het einde van het rapport worden hiervoor zes concrete aanbevelingen gedaan.
Koen Migchelbrink presenteerde de onderzoeksresultaten ook tijdens het Congres Handhaving en Gedrag 2025.
Wil je meer weten? Download dan de publicatie via deze pagina.